+1 500 000 producten
6000 pakketten
+300 000 klanten uit 150 landen
Fototransistoren zijn opto-elektronische halfgeleidercomponenten. Dit zijn transistoren, meestal bipolair, waarin de stroom afhangt van (en evenredig is met) de intensiteit van het licht dat op de basis-collectorjunctie valt. Bij helder licht beweegt de spanning op de junctie naar 0 V. In andere opzichten is de werking van fototransistoren vergelijkbaar met die van gewone transistoren, waardoor ze gemakkelijk te implementeren zijn en in vele toepassingen kunnen worden gebruikt.
In fototransistoren heeft de basis-collectorjunctie de vorm van een fotodiode. De fotonen die op de structuur vallen, wekken daar een lading op die (zoals in een gewone transistor) het versterkte elektrische signaal regelt, nl. de gelijkstroom tussen de collector en de emitter. Omdat de werking van de component afhankelijk is van licht zijn de componenten gemaakt van transparante materialen, in formaten die vergelijkbaar zijn met die van leddiodes (3/5 mm). U komt varianten tegen met twee uitgangen (emitter, collector) en met drie, waarmee u bovendien de potentiaal van de basis kunt regelen. Ze zijn verkrijgbaar in behuizingen voor rijg- en oppervlaktemontage (THT, SMT) en ook in de miniatuurformaten 0805.
Hoewel fototransistoren elementen zijn met een kortere responstijd dan fotoresistoren, zijn ze in dit opzicht inferieur aan fotodiodes. Zij hebben ook relatief intensieve verlichting nodig om goed te werken. Desalniettemin zijn ze door hun gevoeligheid over een breed spectrum perfect als bv. ontvangers van infraroodsignalen die onzichtbaar zijn voor het menselijk oog. Fototransistoren worden toegepast als elementen van sensoren voor lichtbundelonderbreking die vaak worden gebruikt in automatiserings- en beveiligingssystemen.Fototransistoren worden als subcomponenten gebruikt in optocouplers, elektronische componenten die dienen voor het scheiden van circuits, bv. in telecommunicatieapparatuur, en bij het gebruik van microcontroller uitgangen om inductieve belastingen te regelen (elektromagnetische relais etc.). Dat is de reden waarom optocouplers operationele parameters hebben die vergelijkbaar zijn met fototransistoren.
Bij de keuze van fototransistoren moet u rekening houden met de waarden van elektrische parameters die doen denken aan die van bipolaire transistoren. U moet zeker letten op de nominale collector-emitterspanning en het vermogen, ofwel de verliezen van de transistor die als warmte in de structuur vrijkomen. Er zijn ook een aantal specificatie-elementen die specifiek zijn voor fototransistoren als opto-elektronische component. Het gaat hierbij o.a. om de beeldhoek, waarmee de optimale richting van de verlichting ten opzichte van het oppervlak van de component wordt omschreven; de donkerstroom, nl. de maximale stroom die tussen de collector en de emitter vloeit wanneer de structuur niet door een elektromagnetische golf wordt beïnvloed; de golflengte op het punt van de maximale gevoeligheid (hierbij moet u eraan denken dat fototransistoren zich kenmerken door hun gevoeligheid voor een brede stralingsband en dat deze parameter alleen de frequentie van de hoogste gevoeligheid beschrijft). Voor sommige toepassingen, vooral die op het gebied van communicatie, zijn ook de in- en uitschakeltijden zeer belangrijke waarden. Ze bepalen het tijdsinterval waarin de fototransistor de nominale geleidbaarheid bereikt bij een bepaalde lichtintensiteit.Natuurlijk moet u, naast de specifieke kenmerken van een bepaald project, de afmetingen van de printplaat en zelfs esthetische overwegingen, ook aandacht besteden aan de mechanische parameters van de component: de vorm, diameter en kleur van de lens (let op: deze fungeert vaak als IR-filter, waardoor het spectrum van het licht dat de structuur van de component bereikt, wordt beperkt). En uiteraard de montagemethode.
Magazijn: